Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat
beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Ieder
bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis
van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen
hun eigen grenzen geleed zijn maar worden onherkenbaar en
ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een verzameling
losstaande kleine plannen. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van
groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van
de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De
waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een
bouwwerk, maar wáárom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte
aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere,
valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een
compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang
en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast kunnen ook spanning en
contrast daarin hun werking hebben. De afmetingen en verhoudingen van
gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende
daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als
toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een
zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de
vlakverdeling, verstoren zij het beeld niet alleen van het object zelf
maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst.