Beschrijving
In dit gebied liggen verspreid langs wegen en paden landelijke villa's,
landhuizen en ruime middenstandswoningen. De woningen zijn veelal
centraal op de kavel gesitueerd. De ligging van de gebouwen is
terughoudend. Ze staan op wisselende afstand van de wegen en paden en
hebben vaak een ruime onderlinge afstand op grote groene kavels die
worden afgewisseld met bospercelen, open akkertjes en weilandjes. Samen
met de bescheiden en tegelijkertijd zorgvuldige architectuur zorgt dit
voor een landelijk en dorps karakter. De villagebieden van Blaricum
lopen naadloos in de villagebieden van Laren en Huizen. De aanwezige
bebouwing is individueel en afwisselend, in samenhang met de afmetingen
van de kavel. Daarbij is sprake van een afwisseling in
architectuurstijlen. Elke tijdsperiode heeft sporen achtergelaten',
waarmee sprake is van een enorme rijkdom aan bouwstijlen, die bovendien
nog steeds verder wordt aangevuld. Relatief weinig woningen zijn per
twee gekoppeld, drie of meer geschakelde woningen zijn zeldzaam in dit
gebied. Vrijwel alle woningen hebben een eenvoudige
opbouwbestaande uit één tot twee bouwlagen en zijn vaak voorzien
van een kap. Rieten kappen met een golvende noklijn en dakvoet komen
daarbij regelmatig voor. Platte daken daarentegen komen ook voor in het
gebied. De architectonische uitwerking is zorgvuldig en bescheiden met
ontwerpaandacht voor alle details. Het materiaal- en kleurgebruik is
traditioneel en afgestemd op het karakter van het gebied. Binnen het
villagebied zijn diverse panden met een hoge cultuurhistorische waarde
aanwezig. Het gebied kent ook enige nieuwbouw. De nieuwe bebouwing benut
veelal de mogelijkheden die het bestemmingsplan ter plaatse biedt en dat
leidt tot een zekere schaalvergroting van de bebouwing en minder
terughoudend van uitstraling. Binnen de villagebieden van Blaricum
kunnen verschillende deelgebieden onderscheiden worden. De deelgebieden
vertonen in ruimtelijke opzet sterke overeenkomsten. Naast deze
overeenkomsten, hebben de deelgebieden echter ook eigen onderscheidende
kenmerken ten aanzien van de situering, ondergrond en opbouw.
Bron: Villaparken, Nota van Uitgangspunten, 2007, R OI
1. Noordwestelijk deelgebied
De woningen binnen het gebied vormen uitlopers van de lintbebouwing van
verschillende ontsluitingsroutes, zoals de Naarderweg. De gebouwen staan
op wisselende afstand van de wegen en paden en hebben vaak een ruime
onderlinge afstand. De woningen hebben veelal een eenvoudige opbouw,
bestaande uit één tot twee bouwlagen met een kap. Rieten kappen met een
golvende noklijn en dakvoet komen daarbij regelmatig voor. In dit
deelgebied komen ook enkele panden met een plat dak voor, waaronder Huis
Hildebrand van Rietveld. Het gebied heeft een zeer groen en bosrijk
karakter door de groene kavels en bermen, de erfafscheidingen van hagen,
struiken en bomen en door het aanwezige hoogteverschil.
Bebouwing in het noordwestelijk deelgebied
2. Middengebied inclusief bebouwing rondm Huizerweg
De oorspronkelijke uitvalswegen met lintbebouwing liggen vrijwel
parallel aan de in het landschap aanwezige hoogtelijnen. Tussen de wegen
met de aanwezige lintbebouwing is in de loop der tijd het gebied
ingevuld met villa-achtige bebouwing. In vergelijking met het
noordwestelijk gelegen deelgebied, heeft dit deelgebied kleinere kavels
en een hogere bebouwingsdichtheid. Aan de Huizerweg zijn naast
vrijstaande woningen ook twee-onder-een-kapwoningen en enkele
geschakelde woningen gesitueerd. De sfeer en opzet van de Huizerweg met
kruisende wegen is vergelijkbaar met het gebied tussen de Torenlaan en
de Naarderweg. De kavels in dit deel zijn echter iets minder ruim. Dit
is echter inherent aan de woningtypes op deze kavels en situering als
lintbebouwing. Centraal staat het behoud van de verscheidenheid in
woningtypen (vrijstaand, geschakeld, twee-aaneen) en het behoud van
doorzichten of groene tussenruimten tussen de bebouwing.
Bebouwing in het middengebied
Bijzonder in dit gebied zijn enkele woningen aan of nabij de Huizerweg,
die tot stand zijn gekomen volgens een samenhangend plan uit de jaren
twintig, van architect Harry Elte. Kenmerkend zijn de lage bakstenen
gevels, de steile rieten kappen, (met gebogen kapschilden) en de
roedenraampjes.
Panden van architect Harry Elte aan Huizerweg en Dwarslaan
Rond 1900 zijn in het gebied nabij de Torenlaan-Noolseweg-Zwaluwenweg
diverse koloniehuizen gerealiseerd voor het Internationale Broederschap,
een Christen-anarchistische beweging opgericht door professor Van Rees
en dominee Kylstra. Het gaat daarbij om cottage-achtige huisjes/hutten
met een houtconstructie, veelal met hout bekleed en met rieten
zadeldaken. Maar er zijn ook koloniehuizen met baksteen en pannendaken.
Diverse koloniehuizen zijn ontworpen door de architect Theo Rueter,
zoals ‘De Weitekorrel’ (Torenlaan 19) en ‘Drukkerij Vrede’ (Torenlaan
29-31).
Koloniehuizen aan de Torenlaan 17 en Torenlaan 21
3. Deelgebied rondom Mauvezand
De kavels in het deelgebied variëren in grootte en in situering en zijn
niet allemaal gesitueerd aan wegen. Enkele percelen bevinden zich achter
de kavels aan de wegen, waardoor een vrij ongestructureerd kavelpatroon
is ontstaan. De variatie in wegen, verkaveling, functies, (agrarisch en
recreatief) en de situering van het natuurreservaat Mauvezand, zorgen
voor een afwisselend beeld in het deelgebied. Centraal staat het behoud
van zowel het groene, dichtbeboste karakter van de openbare ruimte als
van de particuliere kavels en het behoud van doorzichten of groene
tussenruimten tussen de bebouwing.
Bebouwing in het deelgebied rondom Mauvezand
4. Zuidelijk deelgebied
Dit deelgebied maakte in het verleden deel uit van het landelijk gebied
en is in de loop der tijd verkaveld naar een woongebied. Het is een
halfopen gebied, waardoor het deelgebied het karakter heeft van een
dorpsrand. Het deelgebied vormt de overgang naar de open en vlakke
polders van de Eemvallei. In het deelgebied is wonen de voornaamste
functie. Centraal staat het behoud van de aanwezige doorzichten en
groene tussenruimten
tussen de woningen.
Bebouwing in het zuidelijk deelgebied
5. Crailo
Afzonderlijk van de rest van het gebied ligt het deelgebied Crailo. Dit
deelgebied is in het meest westelijke gedeelte van de gemeente
gesitueerd, enigszins los van andere bebouwing in Blaricum. De Prins
Hendriklaan is één van de toegangswegen van Blaricum en dit is ook te
zien in het profiel van de weg: de weg heeft het uiterlijk van een
groene laan. Er zijn vrijwel uitsluitend vrijstaande woningen gesitueerd
op ruime kavels met een groot oppervlak. Garages zijn veelal aanwezig op
de kavels. Het gehele woongebied heeft een groen karakter door een
combinatie van openbaar groen en het groen op de woonkavels. Hierdoor is
een groot deel van de woningen verscholen achter het "groen" en ligt uit
het zicht vanaf de openbare weg. Hierbij is van belang dat de
karakteristiek van het plangebied mede is ontstaan door de verschillen
in bouwstijlen.
Bebouwing in Crailo
In de nota Erfafscheidingen, hekken hagen, en toegangspoorten in
Blaricum wordt beschreven aan welke voorwaarden hekken en poorten (aan
de voorzijde) moeten voldoen in het Villagebied. Daarbij kunnen
hekwerken als erfafscheidingen aan de voorzijde tot 2 m hoog worden
gebouwd, middels ontheffing van het bestemmingsplan, onder voorwaarden
ten aanzien van de plaatsing en uitvoering. Een voorbeeld van deze
voorwaarden is dat het hek op 1,5 m van de erfgrens wordt geplaatst.
Hekken van 1 m langs de erfgrens zijn (bouw)vergunningsvrij en deze
worden dan ook niet getoetst aan de welstandsnota (met uitzondering van
de excessenregeling). Verder worden ook poorten hoger dan 1 m worden
getoetst, met dien verstande dat poorten tot 1 m (bouw)vergunningsvrij
zijn en niet aan welstandscriteria worden getoetst.
Waardebepaling, ontwikkeling en beleid
Kwaliteit staat voorop in het villagebied, dat vanwege de
architectonische waarde van veel panden uit de beginjaren van de
twintigste eeuw van grote cultuurhistorische waarde is. Er is sprake van
een gebouwde omgeving waarvan de architectonische waarde ver boven het
gemiddelde van een Nederlands dorp uitsteekt. Deze ligt mede in het
groene karakter van het gebied, maar ook in de verscheidenheid in
bouwstijlen. Bij aanbouwen en wijzigingen dient de stijl en de schaal
van oude panden te worden gerespecteerd, waarbij men niet verplicht is
deze na te bootsen. Bij nieuwbouw dient de toon die is gezet met de
kwaliteit van deze gebouwen als uitgangspunt, waarbij ook met
eigentijdse middelen een kwalitatieve bijdrage aan de ruimtelijke
karakteristiek kan worden geleverd.
Welstandsniveau
In het villagebied in Blaricum is het welstandsbeleid gericht op het
verbeteren en in standhouden van de landschappelijk ingepaste bebouwing
met een zorgvuldige en bescheiden architectonische uitwerking en
verschillen in toegepaste bouwstijlen.
Ligging
• het landelijke en groene karakter van het gebied behouden;
• gebouwen staan vrij op de kavel en hebben een grote onderlinge
afstand.
Massa
• gebouwen zijn individueel en afwisselend;
• gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van
één tot twee lagen met een hellende kap als duidelijke
beëindiging,
dan wel plat afgedekt;
• op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als
toegevoegd element of opgenomen in de hoofdmassa;
• bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw
duidelijk herkenbaar blijven;
• in het Middengebied inclusief bebouwing rondom Huizerweg is
behoud
van de verscheidenheid in woningtypen (vrijstaand, geschakeld,
tweeaaneen) van belang.
Architectonische uitwerking
• de architectonische uitwerking is zorgvuldig, bescheiden en
gevarieerd;
• ontwerpaandacht voor alle details;
• wijzigingen en toevoegingen zijn in maat, schaal en stijl
zorgvuldig
afgestemd op het hoofdvolume;
• In het deelgebied Crailo wordt eenvormigheid voorkomen en worden
verschillende bouwstijlen toegepast.
Materiaal- en kleurgebruik
• het materiaal- en kleurgebruik is ingetogen;
• gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met
natuursteen, pleisterwerk of houten delen;
• daken zijn gedekt met gebakken pannen, leien, natuurriet of
zink;
• het houtwerk is geschilderd in gedekte kleuren, met respect voor
de
cultuurhistorische waarden.
Kleine plannen
In afwijking van de criteria voor Erf- of perceelafscheidingen, voldoen
in dit
deelgebied de erf- of perceelafscheidingen aan onderstaande
criteria.
Hekken hoger dan 1 m, met een maximum van 2 m:
• Het hekwerk wordt 1,5 m terug geplaatst ten opzichte van de
erfgrens.
• Deze ruimte tot de erfgrens in te planten met een haag.
• Geen gemetselde muren of penanten toepassen.
• Een minimale transparantie van 80% toepassen.
• In een gedekte, donkere kleur (zwart of donkergroen).
Poorten hoger dan 1 m:
• De poort wordt minimaal 1,5 m teruggeplaatst ten opzichte van de
erfgrens.
• De poort heeft verwantschap met de architectuur van het gebouw.
• Gemetselde penanten in lijn met hekwerk (=1,5 m teruggeplaatst) mogen
tot maximaal 2 m hoogte.
• De poort minimaal 50% transparant maken.