In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;
2. Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd;
3. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
a. bij iedere transactie zijn minimaal twee functionarissen betrokken (het vier-ogen-principe);
b. de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
c. de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen, met uitzondering van het contante en girale betalingsverkeer.
4. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van het afsluiten van leningen en uitzettingen te versturen naar de teamcoördinator financieel beheer, zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;
5. Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie gecontroleerd door de medewerkster financieel beheer.