Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Treasurystatuut

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1.    De gemeente mag leningen en/of garanties uitsluitend aangaan en verstrekken uit hoofde van de “publieke taak”. Voor leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak van de gemeente worden in dit treasurystatuut geen richtlijnen met betrekking tot producten opgenomen. Van belang is dat de gemeenteraad bepaalt dat de betreffende uitzetting/garantie tot de “publieke taak” van de gemeente behoort. In dit kader is het bijvoorbeeld mogelijk dat uitzettingen/deelnemingen in de vorm van aandelen tot de publieke taak behoren. Bij het vaststellen van deze publieke taak worden de uitgangspunten van de verordening artikel 212 Gemeentewet in acht genomen; 2.    Bij het afgeven van garanties wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande waarborgfondsen; 3.    De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; 4.    Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s. Daarnaast moet de derivatentransactie op een verantwoorde wijze geadministreerd kunnen worden. Alvorens een derivatentransactie wordt afgesloten wint de gemeente het schriftelijke advies in van een externe adviseur.

Rechtspraak bij dit artikel