In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
dierenverblijf:
Al dan niet overdekte ruimte waarbinnen dieren worden gehouden;
geurgevoelig object:
Gebouw bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt;
geurhinder:
Gevolgen voor het milieu door de emissie van geur;
veehouderij:
Inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen,verladen of wegen van dieren;
vergunning:
Milieuvergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer;