Bij een beslissing inzake de vergunning voor het oprichten of veranderen van een veehouderij betrekt het bevoegd gezag de geurhinder door de geurbelasting vanwege tot veehouderijen behorende dierenverblijven, voor de daartoe aangewezen gebieden, uitsluitend op de wijze als aangegeven bij of krachtens artikel 3 en artikel 4. Voor de niet daartoe aangewezen gebieden is de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing.