Naar hoofdinhoud
1. Bijzetting en bewaring van asbussen kan plaatsvinden: 1. in een algemene nis voor een periode van 10 jaren; 2. in een familienis/eigen nis voor een periode van 20 jaren; 3. in een eigen urnengraf voor een periode van 10 jaren 2. Het uitsluitend recht om, zolang aan de begraafplaats haar bestemming als zodanig niet is onttrokken en voorzover de daartoe bestemde ruimte op de begraafplaats zulks toelaat, asbussen in een familienis of een eigen urnengraf bij te zetten en te bewaren wordt op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, verleend door burgemeester en wethouders. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven. 3. Het recht wordt gesteld ten name van één natuurlijk persoon of één rechtspersoon. 4. In een algemene nis worden maximaal 4 asbussen bijgezet en bewaard. In een gesloten familienis mogen twee asbussen, in een enkele familienis 1 asbus in sierurn en in een dubbele familienis twee asbussen in sierurn worden bijgezet en bewaard. 5. De naamplaat op de afdekplaat van een algemene nis wordt van gemeentewege beschikbaar gesteld. Het graveren van het opschrift op genoemde naamplaat geschiedt eveneens van gemeentewege tegen betaling van het volgens verordening verschuldigde recht. 6. De in lid 1, onder b. en c. vermelde periodes kunnen door burgemeester en wethouders telkens met een periode van 10 jaren worden verlengd. 7. Het verlengen van bovengenoemde termijn moet plaats hebben uiterlijk binnen één jaar na het verstrijken van deze termijn. 8. Op verzoek van de rechthebbende of, voorzover het een natuurlijk persoon betreft, diens erfgenamen kan het recht, vermeld in lid 2, worden overgeschreven op een ander persoon. 1. Na overlijden van de rechthebbende kan het recht worden overgeschreven op een ander persoon mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. 2. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving niet wordt gedaan binnen de termijn van één jaar, is het college bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen. 3. Na het verstrijken van de termijn van één jaar kan het college het eigen graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd. 4. Het recht vervalt, indien het een rechtspersoon betreft, bij het ophouden van de rechtspersoonlijkheid. 9. Van overschrijving kan slechts blijken uit een schriftelijk door burgemeester en wethouders afgegeven bewijs.

Rechtspraak bij dit artikel