Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4

Artikel 2.4.21

Verontreiniging door honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem

1.. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: op een gedeelte van de weg dat is bestemd of mede is bestemd voor het verkeer van voetgangers; op een andere door het collegeaangewezen plaats. 2.. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. 3.. Het college kanplaatsen aanwijzen waar het gebod als bedoeld in het eerste lid, onder a niet geldt. 4.. De eigenaar en/of houder van een hond -met uitzondering van degene die vanwege een handicap aangewezen is op een geleidehond- is verplicht, indien hij zich met een hond op een gedeelte van de weg bevindt als bedoeld in het eerste lid, een hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor de directe verwijdering van de uitwerpselen van de hond. .5. De eigenaar of houder van een hond die zich met die hond op een gedeelte van de weg bevindt als bedoeld in het eerste lid is verplicht dit hulpmiddel op eerste vordering te laten zien aan de toezicht houdende ambtenaar of aan een opsporingsambtenaar.

Rechtspraak bij dit artikel