**1..** Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op of aan de weg of op het terrein van een ander:
anders dan kort aangelijnd, nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;
anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf, nadat het collegeaan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.
**2..** In afwijking van artikel 2.4.20, eerste lid, aanhef en onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond moet worden voorzien van een nader door het collegevast te stellen optisch leesbaar, niet verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of in de buikwand.
**3..** In het eerste lid wordt verstaan onder:
muilkorf: een muilkorf als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Regeling agressieve dieren;
kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter.
**4..** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor zover de Regeling agressieve dieren van toepassing is.
**5..** De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat dit dier niet door aanhoudend geblaf of gejank hinderlijk is voor de omgeving of de nachtrust verstoort.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.22
Gevaarlijke en blaffende honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Arnhem