1. Wanneer de raad een onderwerp of een voorstel onvoldoende voorbereid vindt voor debat of besluitvorming, kan de raad het voorstel terugverwijzen naar de commissie, het college of verzoeken om een oriënterende vergadering.
2. Wanneer de voorzitter, na het debat in de raad, vaststelt dat een onderwerp of een voorstel voldoende is besproken, sluit hij het debat, tenzij de raad anders beslist.
3. Nadat het debat is gesloten, bepaalt de raad of besluitvorming over het voorstel kan plaatsvinden. Besluitvorming vindt plaats in dezelfde vergadering, tenzij de raad anders beslist.
4. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 22
Beslissing
Onderdeel van Verordening inhoudende het reglement van orde voor de werkwijze van de gemeenteraad en de raadscommissies 2007