Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 36

Schriftelijke vragen aan het college

Onderdeel van Verordening inhoudende het reglement van orde voor de werkwijze van de gemeenteraad en de raadscommissies 2007

1. Schriftelijke vragen van raadsleden aan het college worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. 2. De vragen worden bij de raadsvoorzitter ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van het college en de overige leden van de raad en worden gebracht. 3. De schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig kalenderdagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. 4. De antwoorden worden door het college aan de vragensteller en aan de overige leden van de raad medegedeeld.

Rechtspraak bij dit artikel