Naar hoofdinhoud
1. Aan het begin van de vergadering van de raad is er een mondelinge vragenronde, tenzij bij de raadsvoorzitter geen aanmeldingen zijn binnengekomen. In bijzondere gevallen kan de raadsvoorzitter bepalen dat de mondelinge vragenronde op een ander tijdstip wordt gehouden. De raadsvoorzitter bepaalt op welk tijdstip de mondelinge vragenronde eindigt.In beginsel wordt hier niet langer dan een half uur voor uitgetrokken. 2. Een raadslid dat tijdens de mondelinge vragenronde vragen aan het college of aan een collega-raadslidwil stellen, meldt dit onder zo concreet mogelijkeaanduiding van het onderwerp tenminste 8 uur vóór aanvang van de raadsvergadering bij de raadsgriffier. De raadsvoorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens de mondelinge vragenronde aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in diezelfde raadsvergadering aan de orde komt. 3. De raadsvoorzitter bepaalt de volgorde, waarin de aangemelde onderwerpen tijdens de mondelinge vragenronde aan de orde worden gesteld. 4. De vragensteller wordt voor maximaal 3 minuten het woord verleend. De raadsvoorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van deze spreektijd. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester of een collega-raadslid te stellen en een toelichting daarop te geven. Voor de beantwoording van de vragen geldt een maximale tijd van 5 minuten. 6. Na de beantwoording door het college, de burgemeester of een collega-raadslid krijgt de vragensteller desgewenst het woord voor ten hoogste 1 minuut om aanvullende vragen te stellen. Aan een ieder tot wie de aanvullende vragen zijn gericht, wordt voor ten hoogste 3 minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 7. Vervolgens kan de raadsvoorzitter aan de andere leden van de raad het woord verlenen om, ieder voor ten hoogste 1 minuut, hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college, hetzij aan het collega-raadslid vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Aan een ieder tot wie de vragen zijn gericht, wordt voor ten hoogste 3 minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. 8. Tijdens het vragenhalfuur worden geen moties ingediend en zijn interrupties niet toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel