Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Restitutie en overschrijving

Onderdeel van Binnenhavengeldverordening 2010

1. Van het binnenhavengeld dat is betaald naar een termijn van een jaar wordt indien het gebruik van de haven is geëindigd voor het verstrij­ken van die termijn, op verzoek van de belastingplichtige restitutie verleend voor zoveel vierden van het betaalde bedrag als er in dat jaar na de beëindiging van het gebruik van de haven nog volle kwarta­len overblijven. 2. Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig wordt het voor het vervangen vaartuig over de nog niet verstreken maanden van de lopende termijn betaalde binnenhavengeld op verzoek van de belas­tingplich­tige verrekend met het verschuldigde binnenhavengeld over die maanden voor het vervangende vaartuig met dien verstande dat, indien het laatstgenoemde binnenhavengeld lager is dan het betaalde, teruggaaf van het verschil niet plaatsvindt. 3. Het na toepassing van de in het tweede lid bedoelde verrekening verschul­digde bedrag moet binnen 14 dagen na de vervanging overeen­komstig de aangifte worden voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel