Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 19

Intrekken of wijzigen ligplaatsvergunning pleziervaartuigen

Onderdeel van Binnenhavenverordening Vlaardingen 2010

Het college kan de ligplaatsvergunning pleziervaartuigen wijzigen of intrekken: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist; c. indien de aan de ligplaatsvergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd; d. indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een naar het oordeel van het college gestelde redelijke termijn; e. indien het pleziervaartuig wordt gebruikt voor een ander doel dan in hoofdzaak voor de recreatie; f. indien het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet wordt nageleefd; g. indien de vergunninghouder dit verzoekt.

Rechtspraak bij dit artikel