1. Het college beslist op een aanvraag ligplaatsvergunning recreatief toeristisch (bedrijfs)vaartuig binnen drie maanden na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.
2. Het college kan zijn beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen.
3. Een ligplaatsvergunning kan worden geweigerd:
a. indien de aanvrager – naar het oordeel van het college - niet beschikt over een recreatief toeristisch (bedrijfs)vaartuig zoals is omschreven in artikel 1, onder c;
b. indien het ter plaatse geldende bestemmingsplan een ligplaatsvergunning voor de in de aanvraag omschreven activiteiten niet toestaat;
c. indien de aanvrager niet beschikt over de wettelijke vereiste vergunningen of toestemmingen die nodig zijn voor de in de aanvraag omschreven activiteiten;
d. indien aannemelijk is dat de activiteiten met het oog waarop de ligplaatsvergunning wordt aangevraagd niet binnen twee maanden na verlening plaatsvinden of starten;
e. in verband met een veilige ordening van vaartuigen binnen het binnenhavengebied;
f. indien het recreatief toeristisch (bedrijfs)vaartuig belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land of voor het beheer van de oever;
g. in verband met de veiligheid van het recreatief toeristisch (bedrijfs)vaartuig of van de omgeving;
h. indien het uiterlijk van het (bedrijfs)vaartuig – naar het oordeel van het college – afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente;
i. indien de aanvraag niet in overeenstemming is met de door het college vastgestelde voorschriften.
4. De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het recreatief toeristisch (bedrijfs)vaartuig en vermeldt in ieder geval de naam en/of de kenmerken van het recreatief toeristisch (bedrijfs)vaartuig.
5. Van de ligplaatsvergunning mag geen gebruik worden gemaakt met een ander vaartuig dan waarvoor vergunning is verleend.
6. De ligplaatsvergunning recreatief toeristisch (bedrijfs)vaartuig is niet overdraagbaar.
Paragraaf 4
Artikel 20
Ligplaatsvergunning recreatieve toeristische (bedrijfs)vaartuigen
Onderdeel van Binnenhavenverordening Vlaardingen 2010