De hiervoor gevolgde procedure, die al geruime tijd wordt toegepast, is als volgt.
Een verzoek om tuinuitbreiding komt bij de afdeling Grondzaken binnen en wordt gecheckt
op volledigheid van de gegevens (met name is het van belang dat de aanvrager een schets
bijvoegt van de door hem gewenste uitbreiding, waaruit duidelijk de omvang en de ligging
van het perceel grond blijkt).
Vervolgens wordt het verzoek om advies voorgelegd aan de afdelingen Stadsbeheer en
Stadsontwikkeling.
In zijn algemeenheid kan worden opgemerkt dat door beide afdelingen wordt getoetst vanuit de volgende gezichtspunten:
- stedenbouwkundig, w.o. bestemmingsplantechnisch
visueel-ruimtelijk cultureel-historisch
- beheerstechnisch
- functioneel (is de grond benodigd voor een bepaald doel, los gezien van het bestemmingsplan)
- ecologisch
De afdeling Stadsbeheer bekijkt in het bijzonder of het al dan niet wenselijk is gemeentegrond uit te geven. In de meeste gevallen gaat het om openbare ruimte.
Daarbij speelt het door de raad vastgestelde Groenbeleidsplan - als toetsingskader - een belangrijke rol, doch ook andere ovenwegingen kunnen aan de orde zijn. Ook wordt bezien of, indien tegen uitgifte van het betreffende deel van het openbare gebied geen bezwaar bestaat, rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van kabels, leidingen of andere obstakels, in verband waarmee een omlegging of verplaatsing noodzakelijk is danwel een gebruiksbeperking als voorwaarde moet worden gesteld. De kosten van het omleggen, verplaatsen en dergelijke worden in rekening gebracht bij de verzoeker. Voorts kunnen aanvullende eisen worden gesteld, bijvoorbeeld dat de gronden alleen als tuin mogen worden gebruikt of ten aanzien van het onbebouwd houden van bepaalde delen.
De afdeling Stadsontwikkeling bekijkt in het bijzonder of de gevraagde uitbreiding in overeenstemming met het bestemmingsplan is, hetwelk uiteraard bijna nooit het geval is, aangezien het hier in hoofdzaak grond betreft die in gebruik is als en bestemd is voor openbaar groen.
Men bekijkt vervolgens of de gevraagde uitbreiding in overeenstemming is met de stedenbouwkundige visie voor het betreffende gebied, hetwelk een ruimer toetsingscriteria is dan het bestemmingsplan sec. Hierbij wordt uiteraard ook getoetst aan bestaande ontwikkelingsvisies voor het gebied en wordt rekening gehouden met ontwikkelingen elders in de gemeente.
Indien beide adviezen positief zijn, kan tot gronduitgifte overgegaan worden en wordt door de afdeling Grondzaken een overeenkomst tot uitgifte in erfpacht dan wel een overeenkomst tot verkoop (afhankelijk van de gerechtigdheid van de aanvrager tot het zogenaamde hoofdperceel, ter uitbreiding waarvan hij de tuinuitbreiding heeft verzocht) opgemaakt en aan de aanvrager ter beoordeling toegestuurd, vergezeld van een gronduitgifte-tekening, een exemplaar van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden en eventuele andere bijlagen. Na ondertekening van de overeenkomst en terugzending vindt besluitvorming door uw college en vervolgens notariële afwikkeling plaats.
Indien één of beide adviezen negatief is, vindt geen gronduitgifte plaats en wordt aanvrager hiervan in kennis gesteld.
Als de gronduitgifte een feit is, is de tuinuitbreiding privaatrechtelijk afgerond.
Dit neemt echter niet weg, dat het voortaan als privé-tuin gebruiken van grond, die in het bestemmingsplan de bestemming "openbaar groen" heeft gekregen (mits er voor dat gebied een bestemmingsplan geldt), in strijd is met dat bestemmingsplan. Formeel dient er derhalve een procedure ex artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening te worden doorlopen om die strijdigheid op te heffen. Omdat een tuinuitbreiding doorgaans beperkt van omvang is en ook niet al te vaak voorkomt is tot op heden geen separate artikel 19 WRO-procedure gestart. In het kader van het bestemmingsplan Westwijk, dat in voorbereiding is, is afgesproken dat alle tuinuitbreidingen, die daar tot op heden in afwijking van de thans vigerende bestemmingsplannen zijn gerealiseerd (in huur, in erfpacht of in eigendom, herverkaveling van gemeenschappelijke tuinen) zullen worden "gelegaliseerd" in het nieuwe bestemmingsplan.
Een dergelijke handelwijze kan ook opgaan voor de in Holy gerealiseerde tuinuitbreidingen in het kader van het nieuwe bestemmingsplan "Holy-Noord", dat in voorbereiding wordt genomen. Nadeel van de tot nu toe gevolgde procedure is dat de "buurt" pas achteraf (bij de bestemmingsplanprocedure) inspraak krijgt over de als gevolg van de tuinuitbreidingen plaatsgehad hebbende bestemmingswijzigingen.