Naar hoofdinhoud

Artikel 1b

Tuinuitbreidingen als gevolg van herinrichtingen

Onderdeel van Nota tuinuitbreidingen

In gevallen van grootschalige herinrichtingen in een bepaald gebied (met name Holy-Noord) komt er doorgaans een ruimer aantal verzoeken om tuinuitbreiding dan gewoonlijk binnen. Die werden tot voor kort alle op ad-hoc basis volgens de onder 1 a geschetste procedure afgedaan. Bij de meer recente ophogingen is echter weer pro-actief door de gemeente opgetreden. Voordat de herinrichting als gevolg van de ophoging wordt ontworpen, wordt geïnventariseerd of en – zo ja - welke stukken openbaar groen of openbare verharding in gebruik zijn genomen door de omwonenden. Uiteraard wordt ook gekeken naar de titel van ingebruikname (is het betreffende stukje grond in het verleden verhuurd door de gemeente of in erfpacht uitgegeven, is er sprake van een bewuste ingebmikgeving door de gemeente aan de bewoners (verenigingen), zonder exclusief gebruiksrecht maar met een onderhoudsplicht enz.). Ingebruiknemingen, die een optimale herinrichting belemmeren, komen vervolgens in het handhavingstraject (zie hierna). Ingebruiknemingen, die niet belemmerend zijn, worden getoetst aan de toetsingskaders als bedoeld onder 1 .a. en, als ze die toets doorstaan, gelegaliseerd in de vorm van een gronduitgifte. Ook kunnen zich bij het ontwerpen van de herinrichting reststukjes voordoen, die nog niet in gebruik zijn genomen, maar waarvan handhaving als openbaar gebied ook niet noodzakelijk is. Voor deze stukjes kunnen de aangrenzende bewoners actief benaderd worden met de vraag of zij de stukjes grond als privé-tuin bij hun tuin willen hebben. De crux van dit traject is dat alle voor legalisatie of uitgifte in aanmerking komende stukjes openbaar gebied als zodanig op de plankaart voor de herinrichting terecht komen. Deze kaart gaat - met het verdere ophogingsplan - conform de algemene inspraakverordening de inspraak in en "de buurt" kan zich er dan over uitlaten, voordat tot gronduitgifte en bestemmingswijziging wordt overgegaan. Daardoor wordt een vorm van transparantie bereikt, die niet bij de ad hoc-verzoeken kan bestaan (tenzij elk verzoek gepubliceerd wordt, wat voor een privaatrechtelijke actie zeer ongebruikelijk is). Ook het afwijken van het bestemmingsplan wordt zo correct aangepakt. Als de herinrichting immers wezenlijk afwijkt van de huidige inrichting, zal de herinrichting zelf via een artikel 19 WRO-procedure moeten worden vormgegeven. De onomstreden tuinuitbreidingen "liften" dan mee. Als tegen een voorgestelde (legalisatie of mogelijkheid voor) tuinuitbreiding uit de buurt veel weerstand bestaat, kan het plan aangepast worden en blijft/blijven dit stukje/deze stukken openbaar gebied. Deze beleidslijn ligt eveneens niet vast. Het vormt een ambtelijk richtsnoer voor het handelen bij grootschalige herinrichtingen. Vandaar dat deze handelwijze in deze nota aan uw college ter bekrachtiging en formalisatie wordt voorgelegd. De praktische uitwerking van een en ander kan in handen van het hoofd Stadsbeheer en het hoofd Grondzaken worden gelegd. Eén aspect in dit kader verdient nog nadere aandacht. In de Hoevenbuurt, waar nu enkele grootschalige ophogingen zijn gerealiseerd of in uitvoering zijn, is tot 2002 sprake van alleen maar huurwoningen, eigendom van de beide corporaties: Stichting Waterweg Wonen en Woningstichting Samenwerking Vlaardingen. Zowel de illegale als de te legaliseren ingebruikneming worden echter gedaan door de bewoners, de huurders. Het handhavingstraject (waarover hierna meer) zal zich weliswaar op de "overtreder" (dus de "huurder") richten), doch daar zal de eigenaar ("de verhuurder") ook bij betrokken moeten worden. Hij biedt immers (door de woning te verhuren) de "gelegenheid" om de aangrenzende openbare grond door de huurder in gebruik te laten nemen. Voor de te legaliseren of te realiseren tuinuitbreidingen in dit gebied is de corporatie zelfs de enige partij met wie de gemeente praat. Uitgifte aan de huurder is immers niet logisch, omdat huur per definitie tijdelijk is en de legalisatie/realisatie van de tuinuitbreiding een (meer) definitief karakter heeft. Die stukjes grond zullen dan aan de corporaties moeten worden uitgegeven, die ze volgens verhuurt aan de bewoners, die het profijt van de tuinuitbreiding hebben. Als de huurder dan de huur te zijner tijd opzegt, kan de corporatie de woning en extra tuin opnieuw verhuren. Bij uitgifte aan de huurder zou deze bijvoorbeeld in Schiedam kunnen wonen en in Vlaardingen een tuin op naam hebben, die fysiek bij de tuin van een ander hoort. Voorgesteld wordt om de bevoegdheid om de grond voor de tuinuitbreidingen, die binnen het kader van deze nota gelegaliseerd of gerealiseerd kunnen worden, te mandateren aan het hoofd van de afdeling Grondzaken.

Rechtspraak bij dit artikel