Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Het handhavingsbeleid ten aanzien van illegale ingebruiknemingen

Onderdeel van Nota tuinuitbreidingen

Overal in de gemeente worden zo nu en dan strookjes gemeentegrond, met name openbaar groen, illegaal in gebruik genomen. Een onderscheid kan worden gemaakt tussen de volgende situaties: 1.         de situatie waarin legalisering uitgesloten moet worden geacht en waarin direct na constatering het handhavingstraject wordt ingegaan; 2.         situaties waarin, omdat nog geen beleid is vastgesteld, het wenselijk is de illegale situatie tijdelijk te gedogen, totdat meer duidelijkheid aanwezig is; 3.         situaties waarin direct tot legalisering kan worden overgegaan, omdat na toetsing blijkt dat alle voorwaarden hiervoor aanwezig zijn. Constatering van het illegaal in gebruik nemen vindt in de meeste gevallen plaats tijdens de voorbereiding van reconstructiewerkzaamheden, toetsing en handhaving van bijvoorbeeld bouwvergunningen of na signalering door de afdeling Wijkbeheer. Een controle-apparaat, gericht op illegale ingebruikneming van openbaar gebied, ontbreekt. Bij constatering wordt de ingebruiknemer aangesproken en/of aangeschreven op zijn daad. Echter juridische vervolgacties blijven in de meeste gevallen uit. Steeds meer wordt de behoefte gevoeld op te treden tegen illegale ingebruiknemingen en wel om de volgende redenen: - er zal van optreden tegen illegale ingebruiknemingen een grote preventieve werking uitgaan; indien niet opgetreden wordt zullen steeds meer illegale acties plaatsvinden; het beheersmatige en ruimtelijke beleid wordt steeds ongeloofwaardiger, indien nooit opgetreden wordt tegen overtredingen; - het voorkomen van verjaring. Voor de uitvoering van een handhavingsbeleid is het van belang dat de bestuurlijke wil aanwezig is om op te treden. Tevens zal niet te snel tot stopzetting van de ingeslagen procedure moeten worden overgegaan, met name om een gelijke behandeling van burgers te waarborgen en uiteindelijk bij de rechter niet ongeloofwaardig over te komen. Het is van essentieel belang dat het beleid terzake goed vastligt en tevens een goede procedure in dit kader te hebben. Afgewogen is of een publiekrechtelijke handhaving door middel van het toepassen van bestuursdwang (het op kosten van de overtreder verwijderen en ontruimen als deze dat niet zelf doet) dan wel een privaatrechtelijk handhavingsstelsel (het revindiceren(terugvorderen) van grond, die eigendom is van de gemeente maar door een ander zonder titel in gebruik is genomen) moet worden gekozen teneinde het gestelde doel, te weten ontruiming van de grond te bewerkstelligen. De gemeente kan namelijk in verschillende hoedanigheden optreden, namelijk als handhavend bestuursorgaan of als eigenaresse van de grond. In het eerste geval dient de publiekrechtelijke weg te worden gevolgd dat wil zeggen door toepassing bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom wegens strijd met de voorschriften van het geldende bestemmingsplan. In de tweede plaats dient de privaatrechtelijke weg te worden gevolgd, namelijk via een procedure bij de burgerlijke rechter. Gekozen is voor de privaatrechtelijke weg, met name gelet op de onzekerheid van het volgen van de publiekrechtelijke weg, voortvloeiende uit de verscheidenheid in bestemmingsplanbepalingen dan wel het ontbreken van een bestemmingsplan. Strijd met het Groenbeleidsplan is niet voldoende voor het toepassen van bestuursdwang; er moet voor bestuursdwang sprake zijn van strijd met de bepalingen van het bestemmingsplan Privaatrechtelijk optreden is derhalve naar verwachting de meest veilige en consistente optie. De werkgroep stelt in dit kader de volgende procedure voor: - na constatering van de illegale ingebruikneming, hetwelk aan de hand van de kadastrale kaart geverifieerd wordt, wordt nagegaan of de situatie kan worden gelegaliseerd, dat wil zeggen of de grond alsnog in erfpacht kan worden uitgegeven of kan worden verkocht. Indien dit het geval is worden er geen verdere handhavingstappen ondernomen. Indien geen legalisering kan plaatsvinden wordt een eerste aanschrijving verzonden, waarin verzocht wordt binnen een bepaalde termijn tot ontruiming over te gaan, bij gebreke waarvan de rechter zal worden ingeschakeld. - Na afloop van de gestelde termijn volgt controle of de grond is ontruimd; indien dit het geval is worden er geen verdere stappen genomen. Indien geen ontruiming heeft plaatsgevonden wordt vervolgens een aangetekende brief gestuurd, waarin een laatste kans wordt geboden alsnog tot ontruiming over te gaan, bij gebreke waarvan tot onmiddellijke inschakeling van een advocaat wordt overgegaan, die een vordering in rechte zal instellen. - Wederom controle of ontruiming heeft plaatsgevonden; zo ja geen verdere stappen; zo nee dan kan een dagvaarding worden uitgebracht. - Voorgesteld wordt om teneinde de handhaving met de nodige slagvaardigheid ter hand te kunnen nemen de besluitvorming hieromtrent te mandateren aan het hoofd van de afdeling Grondzaken, behoudens het nemen van een proces-besluit, hetgeen door uw college dient te worden genomen. De gerechtelijke procedure kan inhouden: o een normale rechtbankprocedure, wanneer de spoedeisendheid gering is; o een procedure op verkorte termijn in gevallen waarin er enige haast is; o een kort gedingprocedure, wanneer veel spoed vereist is. De kosten van de procedure zullen indien mogelijk middels een kostenveroordeling ten laste van de gedaagde worden gebracht. Met het handhavingstraject zal in eerste instantie een begin worden gemaakt in de Westwijk (pilot-project). Met betrekking tot de financiële en personele consequentie van het handhavingbeleid kan het volgende worden opgemerkt. Volgens een voorlopige inschatting zijn hiervoor in 2003 100 uren nodig.

Rechtspraak bij dit artikel