• - Het college verstrekt aan uitkeringsgerechtigden die onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de wet een premie.
  • - Deze premie wordt jaarlijks vastgesteld en vastgelegd in het reïntegratiebleidsplan.
  • - Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld.
  • - De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorgaande zes maanden heeft geschonden.
  • - Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld in artikel 7, derde lid van de wet voor een premie in aanmerking indien zij aan alle voorwaarden voldoen.
  • - Van de organisatie waar de werkzaamheden uitgevoerd worden kan een bijdrage worden verlangd.
  • - Binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden wordt door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces.
  • - Het college betrekt bij de hiervoor genoemde beoordeling:
    • - het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert;
    • - de scholingswens van betrokkene;
    • - de mogelijkheden op de arbeidsmarkt.