1. De direct leidinggevende stelt de beoordeling op en legt deze voor aan de naast-hogere leidinggevende. Beiden tekenen voor akkoord. Hiermee wordt de beoordeling voorlopig vastgesteld.
2. Indien de medewerker kan instemmen met de voorlopig vastgestelde beoordeling tekent hij deze voor gezien.
3. De ambtenaar kan binnen 2 weken na ontvangst van de voorlopig vastgestelde beoordeling schriftelijk
4. Indien de ambtenaar gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid bedenkingen in te dienen, wordt hij binnen 4 weken na ontvangst van de bedenkingen door de naast-hogere leidinggevende gehoord. Indien nodig hoort de naast-hogere leidinggevende ook de direct leidinggevende en de informanten.
5. De resultaten van deze horing worden vastgelegd in een verslag, dat door alle deelnemers voor gezien wordt getekend.
6. De naast-hogere leidinggevende stelt, met inachtneming van hetgeen bij een eventuele horing naar voren is gebracht, de beoordeling vast.
7. De medewerker tekent de vastgestelde beoordeling voor gezien (ongeacht of hij het eens of oneens is met de beoordeling).
8. De gemeentesecretaris stelt uit naam van bevoegd gezag de beoordeling vast door ondertekening.
Artikel 7
Algemene bepalingen betreffende beoordelingsgesprek
Onderdeel van Regeling voor gesprekken in het kader van de gesprekscyclus