1. Aan het einde van de cyclusperiode wordt een beoordeling opgemaakt. Aansluitend aan de beoordeling kan het begin van de opvolgende cyclus gemaakt worden door het voeren van een startgesprek.
2. Uitgangspunt voor het moment van het beoordelingsgesprek is laatste of eerste kwartaal en wel uiterlijk 1 april en minimaal 2 maanden nadat het functioneringsgesprek heeft plaatsgevonden. Ingeval de omstandigheden dan wel het dienstbelang dat vergen kan een beoordelingsgesprek eerder dan wel later plaatsvinden.
3. In de beoordeling wordt ten minste aandacht besteed aan de volgende onderwerpen:
a. de geleverde prestaties, zowel voor wat betreft de resultaten als voor de ontwikkeling van de competenties, zoals deze vastgelegd zijn in de voorafgaande verslagen van het start- en functioneringsgesprekken van de cyclus waar de beoordeling op betrekking heeft;
b. de progressie van ontwikkelpunten aan de hand van de relevante competenties behorend bij de functie, dan wel voortvloeiend uit het start- en/of het functioneringsgesprek;
c. de samenwerking in het team en de samenwerking met derden;
d. de werkomstandigheden, zowel voor wat betreft de positieve als de negatieve invloed op het functioneren.
Artikel 6
Het beoordelingsgesprek (verplicht)
Onderdeel van Regeling voor gesprekken in het kader van de gesprekscyclus