**1.** Hanteren van het sitesharing-beginsel
Dit betekent dat de mogelijkheden van medegebruik van zendmasten van andere providers (site-sharing) moeten zijn uitgenut c.q. volledig verbruikt zijn, tenzij dit uit een voldoende onderbouwde motivering technisch niet mogelijk blijkt of in redelijkheid niet verlangd kan worden. Dit moet helder zijn voordat medewerking aan het realiseren van een zendmastinstallatie op een nieuwe locatie wordt overwogen.
**2.** Hanteren van het roaming-beginsel
Dit betekent het zo veel mogelijk gebruikmaken van en toelaten tot elkaars netwerken. Indien dit (technisch) niet mogelijk is of in redelijkheid (bijvoorbeeld het kostenaspect) niet kan worden verlangd is een zendmastinstallatie op een nieuwe locatie mogelijk.
**3.** Plaatsing antennemasten ten opzichte van (woon)bebouwing
Antennemasten dienen op respectabele afstand (minimaal vijftig meter) van (woon)bebouwing (het gebouw zelf) gelegen te zijn.
**4.** Zoekgebieden plaatsing antennemasten
Bij de plaatsing van antennemasten moet aansluiting worden gezocht bij grootschalige infrastructuur (zoals een snelweg, viaduct, spoorlijn en kanaal) en/of grootschalige horizontale volumes (zoals plaatsing op of bij een bedrijventerrein). Op die manier kan rekening gehouden worden met bestaande landschappelijke patronen en elementen in het landschap;
**5.** Inpassing in het landschap
Indien mogelijk dient aanpassing aan het karakter van de directe omgeving in verband met aantasting van het aanzicht in stedenbouwkundig opzicht plaats te vinden. Het uitgangspunt is dat er geen onredelijke aantasting en verstoring van landschappelijke en culturele waarden plaats mag vinden.