Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15:1:15:3

Voorlopige beoordeling

Onderdeel van CAR/UWO

Lid 1 De beoordeling van een ambtenaar betreft de wijze waarop deze zijn functie heeft vervuld en zijn gedragingen tijdens de uitoefening van zijn functie gedurende het beoordelingstijdvak Lid 2 Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van een beoordelingsformulier, waarvan het model is vastgesteld door burgemeester en wethouders. Lid 3 Een beoordeling wordt opgemaakt indien: de ambtenaar dat wenst; de afdelingsmanager dan wel de directeur dat wenst; er een voorstel naar een hoger salarisniveau wordt ingediend; er een voorstel tot wijziging van het dienstverband wordt ingediend; de ambtenaar geen POP-functioneringsgesprek wenst. Lid 4 De voorlopige beoordeling wordt opgemaakt door de afdelingsmanager, zonodig in overleg met de personeelsfunctionaris. Lid 5 Door de afdelingsmanager wordt de voorlopige beoordeling voorgelegd aan de directeur. Deze beziet of naar zijn mening het ingevulde formulier wijziging, dan wel aanvulling behoeft. Lid 6 Indien het ingevulde formulier naar de mening van de directeur wijziging, dan wel aanvulling behoeft, gebeurt dit in overleg met de afdelingsmanager. Lid 7 Bij het opstellen van de voorlopige beoordeling kan een informant geraadpleegd worden. Lid 8 De voorlopige beoordeling wordt ondertekend door de afdelingsmanager en de directeur. Lid 9 (Een kopie van) de voorlopige beoordeling wordt door de afdelingsmanager aan de ambtenaar overhandigd binnen één week na datum waarop de voorlopige beoordeling is opgemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel