Lid 1

De beoordeling van een ambtenaar betreft de wijze waarop deze zijn functie heeft vervuld en zijn gedragingen tijdens de uitoefening van zijn functie gedurende het beoordelingstijdvak

Lid 2

Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van een beoordelingsformulier, waarvan het model is vastgesteld door burgemeester en wethouders.

Lid 3

Een beoordeling wordt opgemaakt indien:

  • - de ambtenaar dat wenst;
  • - de afdelingsmanager dan wel de directeur dat wenst;
  • - er een voorstel naar een hoger salarisniveau wordt ingediend;
  • - er een voorstel tot wijziging van het dienstverband wordt ingediend;
  • - de ambtenaar geen POP-functioneringsgesprek wenst.

Lid 4

De voorlopige beoordeling wordt opgemaakt door de afdelingsmanager, zonodig in overleg met de personeelsfunctionaris.

Lid 5

Door de afdelingsmanager wordt de voorlopige beoordeling voorgelegd aan de directeur. Deze beziet of naar zijn mening het ingevulde formulier wijziging, dan wel aanvulling behoeft.

Lid 6

Indien het ingevulde formulier naar de mening van de directeur wijziging, dan wel aanvulling behoeft, gebeurt dit in overleg met de afdelingsmanager.

Lid 7

Bij het opstellen van de voorlopige beoordeling kan een informant geraadpleegd worden.

Lid 8

De voorlopige beoordeling wordt ondertekend door de afdelingsmanager en de directeur.

Lid 9

(Een kopie van) de voorlopige beoordeling wordt door de afdelingsmanager aan de ambtenaar overhandigd binnen één week na datum waarop de voorlopige beoordeling is opgemaakt.