Lid 1
Aan de ambtenaar die zich buiten de voor zijn betrekking vastgestelde werktijden ter beschikking dient te houden in het kader van het dienstbelang, wordt een beschikbaarheidstoelage toegekend wanneer hij ingeroosterd is voor het verrichten van taken in het kader van de gladheidbestrijding optredende calamiteiten, beveiliging en begrafenissen.
Lid 2
De sectordirecteur wijst vooraf de ambtenaren aan die buiten de reguliere werktijden bereikbaar en/of beschikbaar moeten zijn en die derhalve voor een bereikbaarheidstoelage in aanmerking komen.
Voor het gedurende onbepaalde tijd verrichten van deze beschikbaarheidsdiensten wordt de ambtenaar schriftelijk aangewezen. Indien deze diensten ten minste op gemiddeld zestig kalenderdagen in een periode van twaalf maanden zullen moeten worden verricht, zal dit uit de schriftelijke aanwijzing moeten blijken.
Lid 3
De sectordirecteur draagt zorgt voor het inroosteren van de betrokken ambtenaren. Het rooster dient te voldoen aan het gestelde in artikel 5:11 van de Arbeidstijdenwet.
Lid 4
De beschikbaarheidstoelage wordt toegekend aan onderstaande groepen van ambtenaren:
ambtenaren belast met de aansturing van de gladheidbestrijding gedurende de periode van half november tot en met half maart;
ambtenaren belast met de uitvoering van de gladheidbestrijding gedurende de periode van half november tot en met half maart;
ambtenaren die optreden ten behoeve van calamiteiten binnen het taakgebied van de sectie Uitvoering;
ambtenaren die optreden ten behoeve van calamiteiten binnen het taakgebied van de sectie Uitvoering;
ambtenaren die beschikbaar dienen te zijn voor het eventueel treffen van maatregelen/oplossen van problemen die het werk- en denkniveau van de onder c. en d. genoemde ambtenaren overtreffen;
ambtenaren die beschikbaar dienen te zijn ten behoeve van begrafenisondernemers;
ambtenaren die beschikbaar zijn voor het oplossen van eventuele storingen (automatisering) optredend gedurende de openstelling van de afdeling Burgerzaken;
ambtenaar rampenbestrijding.
Lid 5
De beschikbaarheidstoelage is als volgt vastgesteld:
voor de ambtenaren als genoemd in lid 4 onder a. tot en met d. bedraagt de toelage € 11,68 bruto per dag voor elke ingeroosterde dag;
voor de ambtenaren als genoemd in lid 4 onder e. bedraagt de toelage € 5,84 bruto per ingeroosterde dag;
voor de ambtenaren als genoemd in lid 4 onder f. bedraagt de toelage € 23,37 bruto per maand;
voor de ambtenaren als genoemd in lid 4 onder g. bedraagt de toelage € 12,66 bruto per maand;
voor de ambtenaar als genoemd in lid 4 onder h, bedraagt de toelage € 23,37 bruto per maand.
Lid 6
De bedragen als genoemd in lid 5 gelden per 1 januari 2002 en worden jaarlijks geïndexeerd Voor het jaar 2002 is de indexering gekoppeld aan het voor het betreffende jaar geldende begrotingspercentage. Voor de jaren 2003 en volgende is de indexering gekoppeld aan de algemene salarisaanpassingen binnen de sector Gemeenten. Indien in een maand twee beschikbaarheiodsdiensten samenvallen en de ambtenaar in die maand aanspraak zou hebben op meer dan één beschikbaarheidstoelage, als bedoeld in lid 5, dan wordt in die maand slechts het hoogste toelage uitbetaald.
Lid 7
De ambtenaar is, indien hij beschikbaar dient te zijn, verplicht om na de oproep binnen 15 minuten op de gemeentewerf of op het gemeentehuis aanwezig te zijn. Op niet of niet bekwaam verschijnen staat een sanctie. Deze sanctie bestaat uit het inhouden van de vergoeding voor een ingeroosterde periode. Bij herhaald niet of niet bekwaam verschijnen kan de ambtenaar, zonder recht op een afbouwregeling, uit het rooster worden gezet.
Lid 8
De ambtenaar die daadwerkelijk in actieve dienst moet komen wordt, rekening houdend met het gestelde in de Arbeidstijdenwet en Rijtijdenbesluit, de gebruikelijke overwerkvergoeding/compensatie als genoemd in artikel 3:2:1 van de CAR/UWO toegekend.
Lid 9
In tegenstelling tot het bepaalde in lid 1 wordt de bereikbaarheidstoelage niet toegekend indien de ambtenaar niet beschikbaar is en/of niet kan voldoen aan de in lid 7 genoemde verplichting wordt hem de beschikbaarheidstoelage niet toegekend. De sectordirecteur kan de toelage tijdelijk aan een ander toekennen. Ingeval van ziekte geldt echter het bepaalde in artikel 7:3.