Lid 1

Aan de ambtenaar die een van de in lid 2 genoemde functies vervuld wordt maandelijks een vaste inconveniëntentoelage toegekend voor het verrichten van werkzaamheden welke onderhevig zijn aan verontreiniging, afkeer, bewegings- c.q. houdingsbelasting en hinderlijke beschermingsmiddelen.

Lid 2

De in het eerste lid genoemde inconveniëntentoelage wordt vastgesteld op het bruto bedrag per maand zoals hieronder is genoemd

a.

voorman tuinman

€ 23,37

b.

tuinman

€ 23,37

c.

tuinman begraafplaats

€ 23,37

d.

tuinman assortimenstuin

€ 23,37

e.

medewerker bomenploeg

€ 23,37

f.

medewerker natuur- en milieueducatie NME/schooltuinen

€ 23,37

g.

onderhoudsmedewerker sectie Uitvoering

€ 23,37

h.

straatmaker

€ 23,37

i.

schilder

€ 23,37

j.

timmerman

€ 23,37

k.

medewerker in algemene dienst sectie Uitvoering, belast met chauffeurs- en beladerswerkzaamheden

€ 42,07

l.

chauffeur grofvuil

€ 42,07

m.

chauffeur kolkenzuiger

€ 42,07

n.

chauffeur veegwagen

€ 42,07

o.

beheerder KCA-depot

€ 42,07

p.

beheerder c.q. medewerker scheidingsstation

€ 42,07

q.

monteur

€ 23,37

r.

medewerker in algemene dienst sectie Uitvoering, belast met andere werkzaamheden als genoemd onder k. t/m q.

€ 23,37

Lid 3

De bedragen als genoemd in lid 2 gelden per 1 januari 2002 en worden met ingang van 1 januari 2003 jaarlijks geïndexeerd welke indexering gekoppeld is aan de algemene salarisaanpassingen binnen de sector Gemeenten.

Lid 4

Ingeval van ziekte geldt het bepaalde in artikel 7:3.