Lid 1
Indien de ambtenaar - blijkens een over hem op te stellen personeelsbeoordeling - “onvoldoende” functioneert, kan worden bepaald dat voor hem de in artikel 3:1:1:6 bedoelde salarisverhoging achterwege wordt gelaten.
Lid 2
Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.