Lid 1
Voor bevordering van de aanloop- naar de functieschaal geldt dat:
de ambtenaar tenminste één jaar bezoldigd is geworden in de aanloopschaal;
de functievervulling volledig en - blijkens een over de ambtenaar op te stellen personeelsbeoordeling - tenminste “voldoende” moet zijn;
Lid 2
Voor bevordering van de functie- naar de uitloopschaal geldt dat:
de ambtenaar tenminste één jaar bezoldigd is geworden naar de functieschaal;
de functievervulling volledig en - blijkens een over de ambtenaar op te stellen personeelsbeoordeling - tenminste “méér dan voldoende” moet zijn.
Tot en met functieschaal 14 wordt, indien aan de onder a. en b. gestelde eisen is voldaan, een uitloop toegekend tot het maximum van de naasthogere salarisschaal.
Lid 3
Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een salarisschaal (aanloop-, functie- of uitloopschaal) met een hoger maximumsalaris, wordt:
voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid, onder a, van de Arbeidsvoorwaardenregeling, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de ambtenaar in de oude schaal zou hebben genoten;
voor de ambtenaar, als bedoeld in artikel 3:1, derde lid, onder b, van de Arbeidsvoorwaardenregeling, het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het eersthogere bedrag in die schaal. Hiermee wordt gerealiseerd dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar tenminste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het naasthogere bedrag in die oude schaal, dan wel het naastlagere bedrag in die oude schaal, indien het salaris in de oude schaal reeds overeenkwam met het hoogste bedrag uit die schaal.
Lid 4
Voorzover nodig zal -in afwijking van het eerste lid onder a- de vooruitgang in salaris tengevolge van de indeling in de schaal met een hoger maximumsalaris nimmer minder bedragen dan het geval zou zijn bij verhoging ingevolge artikel 3:1:1:6 in de schaal waarin de ambtenaar wordt ingedeeld.