Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7:9:1:1

Ziekmeldingsprocedure

Onderdeel van CAR/UWO

Lid 1 Bij ziekte meldt de ambtenaar dit op de eerste werkdag tijdens de ziekte zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor 09.00 uur, bij zijn werkleider of afdelingsmanager, ook indien sprake is van ziekte tijdens (buitengewoon)verlof of vakantie. Indien betrokkene geen werkleider heeft en/of de afdelingsmanager niet aanwezig is, doet hij de ziekmelding bij de waarnemend afdelingsmanager; Lid 2 De werkleider of de (waarnemend) afdelingsmanager inventariseert tijdens de ziekmelding welke beperkingen de ambtenaar heeft om het werk te verrichten, de vermoedelijke duur van het verzuim, het adres waarop de ambtenaar tijdens de ziekte verblijft en de werkzaamheden die door anderen op korte termijn overgenomen moeten worden. Tevens worden eventuele bijzonderheden en het eventueel inschakelen van derden besproken. Indien nodig kan de werkleider of de (waarnemend) afdelingsmanager de ambtenaar terugbellen voor werkzaamheden op de middellange termijn en/of voor andere zaken die aandacht behoeven in het belang van het werk en/of in het belang van de ambtenaar; Lid 3 Aansluitend aan de ontvangst van de ziekmelding stelt de werkleider of de (waarnemend) afdelingsmanager de sectie Personeelszaken hiervan op de hoogte; Lid 4 De sectie Personeelszaken draagt, overeenkomstig de met de ARBO-dienst gemaakte afspraken, zorg voor de melding aan de ARBO-dienst, welke de begeleiding opstart; Lid 5 Ten aanzien van werknemers die een Ziektewet-uitkering genieten (bij zwangerschap, orgaandonatie, arbeidshandicap), geldt dat de ziekmelding uiterlijk op de vierde ziektedag wordt doorgegeven aan de UWV door de sectie Personeelszaken.

Rechtspraak bij dit artikel