Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Het recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning

1. Een ondersteuningsvrager kan voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, sub a, in aanmerking worden gebracht indien en voor zover aantoonbare beperkingen of problemen als gevolg van ziekte of gebrek het gebruik van het open­baar vervoer of het bereiken van dit openbaar vervoer onmogelijk maken; sprake is van een zelfstandige vervoersbehoefte. 2. Een ondersteuningsvrager kan voor een vervoersvoorziening als in artikel 5.1, eerste lid, onder b, c, d, of e vermeld, in aanmerking worden gebracht indien en voorzover een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, sub a gelet op persoonlijke omstan­digheden niet adequaat is; een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, sub a gelet op de vervoers­behoefte niet toereikend is. 3. Het college stelt nadere regels met betrekking tot het bepaalde in het tweede lid. 4. Om in aanmerking te komen voor een vervoersvoorziening zoals genoemd in artikel 5.1 eerste lid onder b, sub 1 en 2, onder c, sub 1 en 3, onder e sub 2, onder f en onder g, is een eigen bijdrage verschuldigd of wordt rekening gehouden met het inkomen, zoals ge­noemd in het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Son en Breugel 2007.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel