**1.** Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor vervoerskosten als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder c sub 4 en 5 wordt rekening gehouden met de individuele vervoersbehoefte van de ondersteuningsvrager.
**2.** Voorzover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen wordt niet meer dan anderhalf maal een enkele voorziening als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, sub c onder 4 en 5 toegekend.
**3.** Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de ondersteuningsvrager zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek noodzakelijk is voor de ondersteuningsvrager om dreigende vereenzaming te voorkomen.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Afstemming op behoefte
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning