7.1 De raad agendeert het burgerinitiatief voor zijn eerstvolgende
vergadering na de datum van indiening van het initiatief, indien het voldoet
aan de vereisten zoals gesteld in artikel 5. Er
dient ten minste twee weken te liggen tussen de dag van indiening van het
burgerinitiatief en de dag van de vergadering waarin over het
burgerinitiatief wordt beslist.
De voorzitter van de raad nodigt de initiatiefnemer schriftelijk uit
voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De
initiatiefnemer of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze
vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader
toe te lichten.
Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een
besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door
kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een
van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.
Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
gedaan aan de initiatiefnemer.
De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen
inzake de uitwerking van het burgerinitiatief.
Indien een burgerinitiatief is afgewezen, is sprake van een besluit
in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar en
beroep open staat.
Toelichting
De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de raad zijn voorstel spoedig
toetst aan de vereisten en een besluit neemt over de behandeling. Hierin
voorziet het eerste lid. Het gaat erom een termijn te kiezen die niet te
lang is, maar ook niet zo kort dat er onvoldoende tijd is om het voorstel te
kunnen controleren. Verzoeken waarover de raad niet bevoegd is, kan de raad
doorzenden naar het college of de burgemeester als portefeuillehouder. Met
het derde tot en met vijfde lid worden vooral waarborgen gecreëerd voor
transparantie bij de afhandeling van een burgerinitiatief door de raad. Op
grond van het vijfde lid wordt de indiener / initiatiefnemer altijd
schriftelijk meegedeeld wat er met het ingediende voorstel gebeurt. Dat kan
dus een inhoudelijk besluit zijn of de mededeling dat het verzoek is
afgewezen. Wordt het verzoek tot plaatsing van het burgerinitiatief door de
raad afgewezen, dan is er sprake van een besluit in de zin van de Algemene
wet bestuursrecht waartegen bezwaar en beroep op de rechter openstaan.
Besluit de raad het burgerinitiatief te agenderen, dan is er sprake van een
voorbereidingsbeslissing die niet vatbaar is voor bezwaar of beroep (artikel
6:3 Awb). Afhankelijk van de inhoud van de beslissing op het initiatief
zelf, zal er sprake zijn van een besluit in de zin van de Algemene wet
bestuursrecht dat vatbaar is voor bezwaar en beroep. Zo zal bijvoorbeeld
bezwaar en beroep openstaan indien de raad, het college of de burgemeester
naar aanleiding van het burgerinitiatief besluit een subsidie toe te kennen
voor een bepaald project. Een ander voorbeeld is het besluit om een
verordening op bepaalde punten aan te passen. Tegen een dergelijk besluit
staan geen bezwaar en beroep bij de rechter open (artikel 8:2 Awb). In deze
modelbepalingen is ervoor gekozen in het midden te laten hoe raad, college
of burgemeester verder met het burgerinitiatief omgaat. Bedoeld is niet dat
de raad altijd plenair het voorstel inhoudelijk moet behandelen. Het ligt
wel voor de hand dat in de raadsvergadering wordt beslist over het te volgen
traject, maar een besluit over een burgerinitiatief kan uiteraard ook in een
raadscommissie inhoudelijk worden voorbereid. Ook kan de raad van mening
zijn dat nader onderzoek moet worden gedaan. De indiener / initiatiefnemer
zal hoe dan ook steeds over het vervolgtraject worden ingelicht en waar
nodig en mogelijk erbij worden betrokken.