1. 1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college de subsidieverlening, met inachtneming van een redelijke termijn, intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen voor zover:a. de subsidieverlening onjuist is;b. veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate verzetten tegen (ongewijzigde) voortzetting van de subsidie.
  2. 2. Bij intrekking of wijziging op grond van lid 1 van dit artikel vergoedt het college de schade die de subsidieontvanger lijdt, doordat deze in vertrouwen op de subsidieverlening anders heeft gehandeld dan deze zonder subsidieverlening zou hebben gedaan.