In haar brief van 17 november 2004 (als bijlage bijgevoegd) heeft de minister het beleid aangevuld. Om tegemoet te komen aan bestaande situaties waartegen niet is opgetreden kan de gemeente echter een persoonsgebonden gedoogbeschikking afgeven, die ertoe strekt dat de betreffende bewoner(s) in de betreffende recreatiewoning mogen blijven wonen. Deze beschikking is persoonsgebonden, aan het object gerelateerd, niet overdraagbaar en vervalt in ieder geval op het moment dat de betreffende bewoner verhuist of overlijdt. Voorwaarde is wel dat het betreffende object moet voldoen aan de eisen die het Bouwbesluit aan een bestaande woning stelt en dat het bewonen van het betreffende object niet strijdig is met de milieuwetgeving. Na expiratie van deze persoonsgebonden beschikking dient de gemeente de recreatiebestemming actief te handhaven.
Uit het voorgaande blijkt dat een bestemmingswijziging, dan wel het afgeven van een persoonsgebonden beschikking alleen mogelijk is bij recreatiewoningen welke voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit voor reguliere woningen. Dit geeft aan dat de beleidsverruiming zoals de minister deze in voornoemde brief heeft gepresenteerd alleen betrekking heeft op recreatiewoningen en niet op stacaravans en chalets. Laatstgenoemde recreatieverblijven kunnen immers niet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit voor reguliere woningen. Uit de brief van 17 november 2004, blijkt dat het ministerie de eis van het Bouwbesluit onder bepaalde voorwaarden los wil laten. In de brief wordt gesteld dat het voorstelbaar is dat op grond van een zorgvuldige afweging, de gedoogbeschikking med
e ziet op sommige specifieke eisen van het Bouwbesluit 2003, mits hiermee geen onaanvaardbare inbreuk wordt gemaakt op een adequaat veiligheids- en gezondheidsniveau van de bewoners en de gebruikers. Voorop blijft staan dat gedogen in dergelijke concrete situaties altijd een verantwoordelijkheid is van de gemeente en dat hiertoe alleen kan worden besloten na een zorgvuldige afweging op basis van een samenhangende beoordeling van de veiligheidsaspecten op het punt van de staat van het bouwwerk en de specifieke bewoningssituatie. Dit alles laat onverlet dat de woningen moeten voldoen aan de milieuwetgeving. Deze beleidsaanpassing biedt daarom mogelijkheden om voor woningen welke niet voldoen aan het Bouwbesluit 2003 toch een persoonsgebonden beschikking af te geven, mits er sprake is van een adequaat veiligheids- en gezondheidsniveau. In de brief is een belangrijke opmerking geplaatst welke de reikwijdte van de voorgenomen beleidsaanpassing in belangrijke mate beperkt. In de brief wordt gesteld dat de verruiming van het beleidskader, zoals geschetst in de brief van 11 november 2003 niet van toepassing is op verblijven zoals stacaravans en chalets.
Slechts bij recreatiewoningen is daarom legalisatie of het afgegeven van een persoonsgebonden beschikking aan de orde. Daarom is ook de beleidswijziging met betrekking tot het Bouwbesluit 2003 alleen van toepassing op recreatiewoningen. Voor andere verblijven, zoals stacaravans en chalets blijft het dus op basis van het rijksbeleid onmogelijk te legaliseren of een persoonsgebonden beschikking af te geven en is handhavend optreden de enige optie.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1.2
Beleidsbrief 17 november 2004
Onderdeel van Beleidsnota onrechtmatige bewoning recreatiewoonverblijven