Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1.1

Persoonsgebonden beschikking (PGB)

Onderdeel van Beleidsnota onrechtmatige bewoning recreatiewoonverblijven

De gemeente Bronckhorst maakt gebruik van de handreiking, die de minister van VROM heeft gedaan door voor bestaande onrechtmatige bewoning de gelegenheid te bieden een persoonsgebonden beschikking aan te vragen. Hierdoor kan via de weg der geleidelijkheid de recreatieve bestemming worden gehandhaafd en kan de recreatieve functie op termijn weer worden geoptimaliseerd. De persoonsgebonden beschikking wordt afgegeven voor onbeperkte duur. Er vindt dus geen differentiatie plaats naar bewoningsduur. Bij de beleidsregels voor het verlenen van PGB’s is aansluiting gezocht bij het gewijzigde Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (artikel 20, eerste lid, onderdeel g). Als peildatum wordt 31 oktober 2003 gehanteerd. Permanente bewoning die reeds aantoonbaar plaatsvond vóór, maar in elk geval op 31 oktober 2003 en sindsdien onafgebroken is voortgezet, en waartegen niet van gemeentewege is opgetreden, kan worden gedoogd. Een persoonsgebonden beschikking wordt alleen afgegeven aan de aanvrager, zijnde de hoofdbewoner, en diens op de peildatum inwonende meerderjarige huisgenoten en is niet op derden overdraagbaar. Ook niet aan familie uit de eerste, tweede of volgende lijnen. De persoonsgebonden beschikking is ook objectgebonden. Verder zal het object te allen tijde moeten voldoen aan de wettelijke criteria zoals bijvoorbeeld vastgelegd in de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Wet milieubeheer, de Woningwet, het Bouwbesluit 2003 etc. De gemeente Bronckhorst geeft geen persoonsgeboden beschikkingen af aan gebruikers van objecten die niet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit 2003 voor bestaande woningen, zoals chalets en stacaravans. Bij het verlenen van gedoogbeschikkingen zal vooral gekeken worden naar de eisen voor brandveiligheid en gezondheid. Indien een object niet voldoet aan de minimale eisen zal moeten worden bezien in hoeverre aanpassingen mogelijk zijn om het vereiste minimum te bereiken. Uiteraard kunnen eventuele aanpassingen aan het object niet leiden tot een situatie waarin er sprake is van strijdigheid met de bepalingen van het bestemmingsplan. De minimale eisen worden beheerst door het Bouwbesluit 2003. Het oordeel omtrent de brandveiligheid van een object wordt overigens in ambtelijk overleg met de brandweer vastgesteld. Aan het afgeven van de beschikking worden de volgende voorwaarden verbonden: Het onrechtmatige gebruik (de permanente bewoning) moet aantoonbaar, daarbij gelet op de samenhang van alle beschikbare feiten en omstandigheden, zijn gestart voor of op 31 oktober 2003 en sindsdien onafgebroken hebben plaatsgevonden. Een persoonsgebonden beschikking wordt niet verleend aan onrechtmatige bewoning die voor of op 31 oktober 2003 is gewraakt, maar de daadwerkelijke handhaving nog niet is aangevangen, en onrechtmatige bewoning waar de handhaving ervan reeds is aangevangen. De beschikking is persoons- én objectgebonden en is niet overdraagbaar. - De beschikking komt te vervallen indien degene aan wie deze is verstrekt verhuist of overlijdt. Een beschikking geldt dus niet voor eventuele rechtsopvolgers. Het recreatieverblijf moet voldoen aan de minimale eisen van (brand)veiligheid en gezondheid voor bestaande bouw uit het Bouwbesluit 2003. Gebruik van de woning mag niet in strijd zijn met de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij of de Reconstructiewet concentratiegebieden. Nadat de beschikking van rechtswege is vervallen zal er actief gehandhaafd gaan worden. Het is niet mogelijk de beschikking over te laten schrijven op een ander recreatieobject. De beschikking wordt op naam verstrekt aan de aanvrager, zijnde de hoofdbewoner, en diens op de peildatum inwonende meerderjarige huisgenoten. Eventuele op het moment van verstrekking van de beschikking inwonende kinderen worden niet apart op de beschikking vermeld. Dit betekent dat eventuele kinderen slechts in het recreatieverblijf mogen wonen indien een of beide ouders/verzorgers daar ook wonen. Het college van burgemeester en wethouders kan in voorkomende gevallen echter besluiten van deze voorwaarde af te wijken. Personen die na de peildatum zijn komen inwonen bij de hoofdbewoner vallen niet onder de beschikking. Dit geldt ook voor eventuele kinderen ouder dan 18 jaar die na de peildatum (opnieuw) zijn komen inwonen bij de hoofdbewoner. Personen met een beschikking moeten ingeschreven staan in de GBA van de gemeente. Indien men zich uitschrijft komt de beschikking te vervallen. Het opnieuw inschrijven in de GBA geeft geen recht op een (hernieuwde) beschikking. Het is gewenst om de beschikkingen in een relatief korte tijd af te geven en ongewenst om na langere tijd nog steeds aanvragen te krijgen opdat spoedig duidelijk wordt bij welke recreatiewoningen de handhavingsvraag van toepassing is. Degenen die op grond van bovengenoemde criteria in aanmerking komen voor een beschikking kunnen deze binnen drie maanden na van kracht worden van dit beleid aanvragen. Voor het aanvragen van een persoonsgebonden beschikking wordt een standaardaanvraagformulier gehanteerd. De aanvrager dient ter toetsing van de aanvraag alle benodigde gegevens over te leggen, welke van gemeentewege worden geverifieerd. Op 1 juni 2007 treedt het gewijzigde Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (Bro 1985) in werking. Een belanghebbende kan, op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel g Bro 1985, vrijstelling ex artikel 19, derde lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), voor wijziging in het gebruik van een recreatiewoning ten behoeve van bewoning, worden aangevraagd. Het is mogelijk dat belanghebbenden een PGB óf een vrijstelling aanvragen. Als men een PGB aanvraagt gelden de in deze nota gegeven beleidsregels voor behandeling van de aanvraag. Als men een vrijstelling aanvraagt gelden de in deze nota gegeven beleidsregels als beleidsregels voor toepassing van artikel 19, derde lid WRO juncto artikel 20, eerste lid, onderdeel g Bro 1985. Dit in aanvulling op de ‘Beleidsregels artikel 19, lid 3 Wet op de Ruimtelijke Ordening’ welke door het college op 23 januari 2007 zijn vastgesteld en op 21 februari 2007 in werking zijn getreden. Voor het in behandeling nemen van aanvragen om een PGB of vrijstelling ex artikel 19, derde lid juncto artikel 20, eerste lid, onderdeel g Bro 1985 is de aanvrager leges verschuldigd. Er is een kostendekkend legestarief van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel