Het onverkort handhaven van de overtredingen van de recreatieverblijven zou tot gevolg hebben dat de gemeente wordt geconfronteerd met een grote handhavingslast. Dit staat haaks op het uitgangspunt van vermindering van de handhavingslast dat de minister in haar brief van 11 november 2003 hanteert. Er is dan ook gezocht naar een evenwicht tussen een ruimtelijk en juridisch acceptabele beleidskeuze die praktisch, organisatorisch en financieel ook nog haalbaar is.
Uit verrichte inventarisaties blijkt dat in 70 recreatieverblijven hoogstwaarschijnlijk permanent wordt gewoond. In zo’n 30 gevallen is handhaving feitelijk gezien niet meer mogelijk en is, ondanks een hoge investering in handhavingsprocedures, succesvolle handhaving niet of nauwelijks mogelijk. Onverkorte handhaving (zonder overgangsregeling) leidt in die gevallen tot een groot beslag op de organisatie, zowel in personele als financiële zin.
Door permanente bewoning waartegen niet meer kan worden opgetreden met een persoonsgebonden beschikking te regelen wordt voorkomen dat de handhavingsorganisatie onnodig zwaar wordt belast met juridisch kansloze zaken. In zo’n 40 gevallen is handhaving nog wel mogelijk.
Ten aanzien van nieuwe toekomstige gevallen van onrechtmatige bewoning is tevens binnen het handhavingsprogramma en de bestaande handhavingsorganisatie structureel capaciteit beschikbaar voor handhaving op beheersniveau voor regulier toezicht en zonodig handhaving.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.3.3
Beleidsmatige, organisatorische en financiële context
Onderdeel van Beleidsnota onrechtmatige bewoning recreatiewoonverblijven