Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Gebied waarvoor deze verordening van toepassing is

Onderdeel van Compensatie- en Archeologieverordening

Het bepaalde in deze verordening is ten aanzien van natuur- en of boswaarden van toepassing indien de ruimtelijke ingreep plaatsvindt in een van de volgende gebieden: kerngebieden van de ecologische hoofdstructuur; gerealiseerde reservaats- en natuurgebieden; kleinere natuurgebieden buiten de ecologische hoofdstructuur die als zodanig zijn aangeduid in het Provinciaal Omgevingsplan (POP), onder de werking van de Natuurbeschermingswet vallen of zijn vastgelegd in een bestemmingsplan; agrarische gronden met natuurwaarden (zone IV POP); biotopen van aandachtssoorten die op indicatie van de soortenbeschermingsplannen van het rijk in omgevingsplannen en/of bestemmingsplannen zijn opgenomen; bossen en landschappelijke beplantingen die onder de werking van de Boswet vallen. de gebieden die in bestemmingsplannen van de gemeente een bestemming en/of aanduiding hebben gekregen die (mede) is gericht op de bescherming van natuur- en/of boswaarden. Het bepaalde in deze verordening is ook van toepassing op ruimtelijke ingrepen buiten de in het eerste lid aangegeven gebieden, indien deze ingrepen directe effecten hebben binnen de gebieden die in het eerste lid zijn aangegeven. Het bepaalde in deze verordening is ten aanzien van landschappelijke waarden van toepassing als sprake is van schade op de locatie zelf door verlies aan waardevolle landschappelijke elementen of structuren, schade aan de omgeving, bijvoorbeeld door een storende visuele werking, het verbreken van samenhang in het landschap of verlies aan openheid en de ruimtelijke ingreep plaatsvindt in een van de volgende gebieden: de gebieden die zijn aangeduid op de kaart Aandachtsgebied bodem van het POP met: ”zeer waardevolle es”; “waardevolle es”; “overige es”; de gebieden die aangeduid op de kaart Cultuurhistorische gaafheid van het POP met de “hoogste gaafheidsgraad”; de gebieden die in bestemmingsplannen van de gemeente een bestemming hebben en/of aanduiding hebben gekregen die (mede) is gericht op de bescherming van landschappelijke waarden. Het bepaalde in deze verordening is ook van toepassing op ruimtelijke ingrepen buiten de in het eerste lid aangegeven gebieden, indien deze ingrepen directe effecten hebben binnen de gebieden die in het eerste lid zijn aangegeven. Het bepaalde in deze verordening is van toepassing als sprake is van aantasting van archeologische waarden en de ruimtelijke ingreep plaatsvindt in een van de volgende gebieden: de gebieden die zijn aangeduid op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van het POP met: “terrein van zeer hoge archeologische waarde, wettelijk beschermd”; “terrein van zeer hoge archeologische waarde”; “terrein van hoge archeologische waarde”; de gebieden die zijn aangeduid op de kaart Archeologische indicatieve waarden van het POP met “hoog”; de gebieden die in bestemmingsplannen van de gemeente een bestemming en/of aanduiding hebben gekregen die (mede) is gericht op de bescherming van archeologische waarden.

Rechtspraak bij dit artikel