Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Compensatieverplichting

Onderdeel van Compensatie- en Archeologieverordening

1.. Indien na afweging van alle relevante belangen voor gebieden met natuur-, bos- en/of landschappelijke waarden wordt besloten dat een van deze waarden moet wijken voor, of anderszins aanwijsbare schade ondervindt van een ander aantoonbaar zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor een ruimtelijke ingreep wordt toegestaan, zullen door de aanvrager niet alleen maatregelen worden getroffen met het oog op inpassing en mitigatie ter plaatse van de ingreep, maar zal bovendien, indien bedoelde maatregelen naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende zijn, compensatie plaatsvinden. 2.. Uitgangspunt bij de toepassing van compensatie is dat in beginsel geen netto verlies aan waarden mag optreden. 3.. Indien na afweging van alle relevante belangen voor gebieden met (zeer) hoge archeologische waarden wordt besloten dat deze waarden moeten wijken voor, of anderszins aanwijsbare schade ondervinden van een ander aantoonbaar zwaarwegend maatschappelijk, waarvoor een ruimtelijke ingreep wordt toegestaan, zal compensatie plaatsvinden door de aanvrager. Compensatie bestaat in dat geval daaruit dat eventueel vernietigde waarden op kosten van de aanvrager wetenschappelijk worden onderzocht en/of worden opgegraven om de aanwezige informatie veilig te stellen. Verder kan een bijdrage in de kosten van conservering van gevonden artefacten aan de aanvrager worden opgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel