Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bos

Onderdeel van Compensatie- en Archeologieverordening

Indien uit het in artikel 4, eerste lid, bedoelde plan blijkt dat er sprake is van: verlies van oppervlakte aan bos, aantasting van de kwaliteit van bos, en/of, verlies aan oude bosbodem, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders, stellen burgemeester en wethouders de compensatie vast afhankelijk van de leeftijd van het bos als levensgemeenschap en met inachtneming van de volgende criteria: als het bos of de beplanting nog geen 25 jaren oud is, dient 133% van de oppervlakte gecompenseerd te worden (100% voor het verlies van de oppervlakte en 33% oppervlakte voor het verlies van kwaliteit); als het bos of de beplanting ouder is dan 25 jaren doch jonger dan 100 jaren, dient 166% van de oppervlakte gecompenseerd te worden (100% voor het verlies van de oppervlakte en 66% oppervlakte voor het verlies van kwaliteit); als het bos of de beplanting ouder is dan 100 jaren, dient 300% van de oppervlakte gecompenseerd te worden (100% voor het verlies van de oppervlakte en 200% oppervlakte voor het verlies van kwaliteit). Van geval tot geval wordt bezien of en hoe de natuurlijke kwaliteiten geregenereerd kunnen worden. Mocht regeneratie niet mogelijk zijn, dan wordt geen medewerking verleend aan de ingreep. Compensatie wordt uitgevoerd op een van tevoren te bepalen plaats waar potentieel dezelfde waarden kunnen worden ontwikkeld. Deze plaats dient zich in het algemeen nabij de plaats van de ingreep te bevinden en waar aansluiting bij de bestaande waarden kan worden gezocht. Is deze mogelijkheid niet aanwezig, dan zal in de nabije omgeving een andere locatie (aansluitend aan de EHS, aan bestaand bos, aan bestaande natuurterreinen) moeten worden gevonden. Indien boswaarden verloren gaan ten behoeve van een zeldzamer ecosysteem, gelden uitsluitend de compensatienormen van de Boswet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel