Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Verantwoordelijkheden

Onderdeel van Compensatie- en Archeologieverordening

1.. Uitgezonderd gevallen waarin de compensatiebepalingen van de Europese Habitatrichtlijn, dan wel de Natuurbeschermingswet van toepassing zijn, dient de aanvrager tegelijk met zijn aanvraag voor de concrete ruimtelijke ingreep een compensatieplan te overleggen, waarin op een integrale en nauwgezette wijze in elk geval de volgende aspecten worden beschreven: de bestaande waarden van het betrokken gebied in relatie tot de omgeving; de redelijkerwijs te verwachten effecten van de voorgenomen ruimtelijke ingreep op deze waarden; de in artikel 3, eerste lid, bedoelde maatregelen (zie hiervoor onder andere de “Bijlage uitgangspunten bij het formuleren van compensatiemaatregelen”); de financiering van de te treffen maatregelen; de ruimtelijke ingreep zelf; het zwaarwegend maatschappelijk belang; waar en hoe compensatie wordt voorgesteld en binnen welke termijn compensatie wordt gerealiseerd. 2.. Burgemeester en wethouders verlenen slechts medewerking aan de ruimtelijke ingreep indien geen andere geschikte locatie voor het te dienen maatschappelijk belang als bedoeld in artikel 3, eerste lid aanwezig is en dit maatschappelijk belang op een adequate wijze is aangetoond. 3.. Afhankelijk van de situatie kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen met betrekking tot de inhoud van het in het eerste lid bedoelde compensatieplan en de te volgen procedure. De gemeente pleegt hieromtrent vooraf overleg met de aanvrager. 4.. Het in het eerste lid bedoelde compensatieplan wordt tegelijkertijd met de aanvraag ingediend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel