Het bouwen en het verrichten van alles wat daarmee in
verband staat, moet geschieden op veilige wijze, onder meer
zodanig dat de nodige veiligheidsmaatregelen zijn genomen
ten behoeve van de weg en de in de weg gelegen werken en de
weggebruikers en ten behoeve van naburige bouwwerken, open
erven en terreinen en hun gebruikers.
Op een terrein, waarop een bouw- of grondwerk wordt
uitgevoerd moeten, wanneer er niet wordt gewerkt -
rustpauzen tijdens de dagelijkse werktijd niet inbegrepen:
de tijdelijke elektrische installaties ten behoeve
van de uitvoering van het bouw- en grondwerk, in hun
geheel op zodanige wijze zijn uitgeschakeld, dat het
weer in gebruik stellen van de installaties door
anderen dan daartoe bevoegde personen niet zonder
meer mogelijk is;
machines en werktuigen worden achtergelaten in een
zodanige toestand, dat deze dan wel mechanismen
daarvan, niet zonder meer door anderen dan de
daartoe bevoegde personen in werking kunnen worden
gesteld;
Het tweede lid is niet van toepassing op de voeding van een
elektrische verlichtingsinstallatie of van één of meer
elektrisch aangedreven bemalingpompen, indien de
omstandigheden vereisen dat de voeding niet wordt
onderbroken en de veiligheid voldoende is gewaarborgd.
Het is verboden stempels, schoren, kruisen of zwiepingen weg
te nemen of andere veiligheidsmaatregelen op te heffen
zolang zij uit veiligheidsoogpunt nodig zijn.
Hoofdstuk
Artikel 4.8