Het is verboden bouwwerken en woonwagens daaronder
begrepen, te slopen zonder of in afwijking van een
vergunning van het bevoegd gezag.
De in het eerste lid bedoelde vergunning is niet vereist
indien naar redelijke schatting de hoeveelheid
sloopafval niet meer zal bedragen dan 10 m3, tenzij het
slopen mede betreft het verwijderen van asbest. Voorts
is geen vergunning vereist voor het slopen ingevolge een
besluit op grond van artikel 13 van de Woningwet, dan wel een
besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging
van een last onder dwangsom. Het bevoegd gezag kan aan
zijn besluit voorwaarden verbinden als bedoeld in het
derde lid.
Het bevoegd gezag verbindt aan de omgevingsvergunning
voor het slopen slechts voorschriften over:
de veiligheid tijdens het slopen;
de bescherming van nabijgelegen bouwwerken;
het scheiden en het op de sloopplaats gescheiden
houden van het sloopafval, ten minste inhoudende
een scheiding in een fractie asbest, een fractie
gevaarlijk afval en een fractie overig afval;
het voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden
overleggen van de gegevens als bedoeld in artikel
8.1.2, tweede lid, letter c, voor zover deze
gegevens niet reeds zijn overgelegd.
De voorschriften over het sloopafval, als bedoeld in het
derde lid, onder letter c, kunnen eisen bevatten omtrent
het selectief slopen, de fracties waarin wordt
gescheiden, de tijdelijke opslag op het sloopterrein en
het in fracties gescheiden verpakken van het sloopafval
op het sloopterrein. Het bevoegd gezag verbindt aan de
omgevingsvergunning voor het slopen met betrekking tot
asbest voorschriften over het afzonderlijk gereed maken
daarvan voor de afvoer van het sloopterrein en over de
termijn waarbinnen dit moet plaatsvinden.
De vergunningplicht als bedoeld in het eerste lid geldt
niet indien in een tijdelijke omgevingsvergunning voor
het bouwen voor een seizoengebonden bouwwerk
voorschriften zijn gesteld over het slopen van het
tijdelijke bouwwerk.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 8.1.1