Burgemeester en wethouders beslissen over een aanvraag
om sloopvergunning binnen twaalf weken na ontvangst van
de aanvraag. Zij kunnen hun beslissing eenmaal voor ten
hoogste zes weken verdagen. Een afschrift van hun
besluit tot verdaging zenden zij zo spoedig mogelijk aan
de aanvrager.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid
beslissen burgemeester en wethouders over een aanvraag
om sloopvergunning binnen vier weken na de dag waarop de
aanvraag om een sloopvergunning is ingediend, indien het
slopen uitsluitend is bedoeld om asbest of
asbesthoudende producten uit een bouwwerk te
verwijderen.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede
lid houden burgemeester en wethouders de beslissing aan
indien een vergunning krachtens artikel 11 of artikel 37 van de Monumentenwet 1988, een
provinciale of een gemeentelijke monumentenverordening,
een leefmilieuverordening op grond van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, of
een aanlegvergunning voor het slopen is vereist en
omtrent die vergunning(en) nog niet is beslist. De
aanhouding eindigt zes weken na bedoelde beslissing. Bij
samenloop van vergunningen wordt uitgegaan van de datum
van de laatst genomen beslissing.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 8.1.4