1. Het college verleent het uitsluitend recht op een particulier graf of urnenruimte:
a. voor onbepaalde tijd;
b. voor een termijn van dertig jaar;
c. voor een termijn van veertig jaar (alleenstaanden);
d. voor een termijn van twintig jaar (kindergraven en urnenruimten).
2. De termijn begint op de datum waarop het graf of urnenruimte wordt uitgegeven.
3. Het in het eerste lid (onder b,c en d) van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd met telkens een termijn van vijf, tien, vijftien of twintig jaar, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
Ook kan tussentijdse verlenging plaatsvinden met maximaal twintig jaar bij het overlijden van de laatste ouder.
4. Een recht als in dit artikel genoemd, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend.
Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
5. De rechthebbende is verplicht om adreswijzigingen aan de beheerder door te geven.