1. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven door de beheerder:
a. particuliere graven voor onbepaalde tijd
b. particuliere graven voor een periode van 30 jaar
c. particuliere graven voor een periode van 15 jaar
d. algemene graven
e. particuliere kindergraven
f. algemene kindergraven
g. particuliere urnenruimten in de urnenmuur op begraafplaats Barneveld of particuliere
urnengraven in de urnenheuvel op begraafplaats Voorthuizen voor een periode van 20
jaar.
2. Op de begraafplaats Kootwijk, in het Oosterbos te Barneveld en in het Johannabos te Voorthuizen zijn aangewezen plaatsen voor het verstrooien van as.
3. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel stoffelijke overschotten en
hoeveel asbussen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven of urnenruimten. Zij
bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven en urnenruimten.