• - De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien:
    • - blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
    • - blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10, tweede lid, niet naleeft;
    • - de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
    • - niet binnen 2 jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
  • - Burgemeester en wethouders stellen de vergunninghouder van het voornemen tot intrekking van de vergunning in kennis en stellen hem/haar in de gelegenheid te worden gehoord. Het besluit tot intrekking ter kennisneming in afschrift gezonden aan de Cultuurhistorische adviescommissie.