Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › § 4

Artikel 7

Afzien van verhaal

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering

Op de hoofdregels uit artikel 5 en 6 bestaan twee uitzonderingen: het verhaalsbedrag lager is dan € 50 per maand; er sprake is van een dringende reden. Het artikel is dwingend geformuleerd (“het college besluit” in plaats van “het college kan besluiten”). Hiermee biedt het college de zekerheid dat de situatie en bijzondere omstandigheden van de debiteur worden gerespecteerd (uitzonderingen 2) en kiest zij voor een efficiënte inzet van publieke middelen (uitzondering 1). Ad 1 Op grond van een kosten-baten-afweging wordt verhaalsbedrag lager dan € 50 per maand, het zogenaamde kruimelbedrag, niet verhaald. Hiermee geven we vervolg aan de opdracht van de raad uit artikel 4 lid 1 van de Handhavingsverordening WWB een bedrag te bepalen waarboven bijstand wordt verhaald (en waaronder dus niet!). Ad 2 Het begrip “dringende reden” laat zich eigenlijk niet definiëren. De wetgever heeft het begrip bewust niet ingevuld. Ook de rechter geeft slechts sporadisch, en dan ook nog deels, invulling aan het begrip. De rechter heeft wel gesteld dat het moet gaan om: gevolgen van verhaal voor de derde. Een ernstige situatie die door het verhaal niet wordt verergerd, levert dus geen dringende reden op; onaanvaardbare financiële of sociale consequenties. Zowel de jurisprudentie op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) als de WWB laat zien dat de rechter zeer terughoudend is als het gaat om het vaststellen van de aanwezigheid van een dringende reden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel