1.. De omvang van de bewaking van de brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535, uitgave 1996, en NEN 2535/A1, uitgave 2002, is uitgevoerd als:

a.. niet-automatische bewaking; of

b.. gedeeltelijke bewaking; of

c.. volledige bewaking, zoals aangegeven in tabel 2.6.1 van bijlage 10 van deze verordening; of

d.. ruimte bewaking voor gedeeltelijk samenvallende vluchtroutes en risicoruimten.

2.. Een op grond van artikel 2.6.2, lid 1, a, b en c, in een bouwwerk aanwezige brandmeldinstallatie meldt rechtstreeks door naar de alarmcentrale van de brandweer,voor zover dit voor een gebruiksfunctie staat aangegeven in tabel 2.6.1 van bijlage 10 van deze verordening.