Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 32:1:1:10

WW en bovenwettelijke uitkeringen

Onderdeel van CAR/UWO

Na ontslag kan de herplaatsingskandidaat bij de uitvoeringsinstelling een WW-uitkering aanvragen. Bij aanspraak op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering wordt toepassing gegeven aan hoofdstuk 10d van de CAR/UWO. De belanghebbende die binnen 2 jaar na de verzelfstandiging uit zijn functie bij de verzelfstandigde organisatie wordt ontslagen, omdat die functie wordt opgeheven of omdat betrokkene hiervoor niet geschikt blijkt te zijn, heeft aanspraak op de bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen van de CAR/UWO, hoofdstuk 10d, indien recht bestaat op een uitkering krachtens de WW, tenzij de nieuwe werkgever zelf de CAR/UWO hanteert. De belanghebbende die om andere redenen wordt ontslagen of na 2 jaar maar binnen 7 jaar na de verzelfstandiging door het verzelfstandigde organisatieonderdeel wordt ontslagen, heeft aanspraak op de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering(en) van hoofdstuk 10d van de CAR/UWO indien recht bestaat op een uitkering krachtens de WW, tenzij de nieuwe werkgever zelf de CAR/UWO hanteert. De tijd die men werkzaam is geweest bij de verzelfstandigde organisatie wordt in mindering gebracht op de duur waarop men volgens hoofdstuk 10d CAR/UWO aanspraak heeft op aanvullende en aansluitende uitkering(en). Een eventuele door de kantonrechter toegekende ontslaguitkering/schadevergoeding wegens ontslag uit de verzelfstandigde functie, niet zijnde smartengeld, wordt op de aanspraak op de bovenwettelijke uitkering(en) in mindering gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel