De door het college te verlenen woonvoorziening kan bestaan uit:
- - een voorziening voor verhuizing en inrichting;
- - een voorziening van bouwkundige of woontechnische aard in of aan een woning;
- - een voorziening van niet-bouwkundige en niet-woontechnische aard in of aan een woning;
- - een voorziening voor onderhoud, keuring en reparatie van een liftinstallatie in een woning;
- - een voorziening voor tijdelijke huisvesting;
- - een voorziening voor huurderving.