De door het college te verstrekken vervoersvoorziening kan bestaan uit:
- - een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer;
- - een al dan niet aangepaste bruikleenauto;
- - een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen;
- - een open elektrische buitenwagen;
- - aanpassing van een eigen auto;
- - gebruik van een bruikleenauto;
- - gebruik van een taxi of een eigen auto;
- - gebruik van een rolstoeltaxi;
- - gebruik van een elektrische buitenwagen;
- - een ander vervoermiddel dan de vervoermiddelen genoemd in de onderdelen b, c en d;
- - gebruik van een ander vervoermiddel dan de vervoermiddelen genoemd in de onderdelen b, c en d.